Luizen

Luizenbeleid 

De oudercommissie en de schoolleiding spannen zich samen in om de verspreiding van luizen in de kiem te smoren. Maandelijks worden alle kinderen gecontroleerd op de aanwezigheid van luizen en neten. De oudercommissie heeft een coördinator die de controleteams mobiliseert en van de benodigde hulpmiddelen voorziet, maar ook van tijd tot tijd onderzoekt of het beleid nog wel aansluit bij de nieuwste inzichten. Wat blijkt: het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) heeft de altijd zo strenge richtlijnen drastisch versoepeld. Er is namelijk belangrijk nieuws over drie van de voornaamste onderdelen van het luizenbeleid: de verspreiding van luizen verloopt anders dan gedacht, er moet meer worden gekamd en we hoeven geen giftige bestrijdingsmiddelen meer te gebruiken. Alle reden dus om het beleid te herzien!

Luizen en neten

Luizen zijn één tot twee mm lang, grijsbruin en lichtschuw. Ze leven van bloed, dat ze opzuigen uit de hoofdhuid. Mensen krijgen daar jeuk en eczeem van. De eitjes heten neten. Die lijken op wittige huidschilfertjes, maar je kunt ze met een loep gemakkelijk herkennen. Dan zie je dat het kleine ‘zakjes’ zijn, die vast zitten aan een haar. Ze komen vooral ’s nachts uit. Als neten om de een of andere reden niet uitkomen, worden ze bruin en groeien ze met de haar steeds verder van de hoofdhuid af. Zulke dode neten zijn verder ongevaarlijk.

Verspreiding

De enige wetenschappelijk aangetoonde verspreidingswijze van luizen is haar-haar-contact. Tot voor kort werd gedacht dat ze ook ‘overstappen’ via kleding, knuffels, stoelbekleding en dergelijke, maar volgens het RIVM is daar geen waterdicht bewijs voor. Als een kind luizen heeft, hoeft dus niet de halve inboedel in de wasmachine of de vriezer.

Wat je wel moet doen? Kammen, kammen en nog eens kammen!

Helemaal voorkomen dat je luizen krijgt, is lastig. Maar je kunt het risico wel verkleinen. Controleer de haren van alle gezinsleden regelmatig, bij goed daglicht. Let vooral op het gebied direct achter de oren. Als je iets verdachts ziet, kam je de haren met een goede luizenkam. Liefst van metaal, want die kun je ontsmetten in de vaatwasser. Kam het haar niet naar achteren, want dan vallen eventuele luizen op de kleren en kunnen ze zich weer in het haar nestelen. Laat het ‘slachtoffer’ voorover gaan zitten en kam het haar van achter uit de nek naar voren in lange halen. Als je dat doet boven een wit papier of laken, zie je meteen of er luizen en/of neten zijn.

Controleer voorlopig elke dag het haar, ook van andere gezinsleden. Doe dat vooral ’s ochtends, want er kunnen ’s nachts neten zijn uitgekomen. Vind je geen nieuwe luizen? Dan kan het kind gewoon naar school. Vind je ze wel? Blijf dan kammen tot er niets meer uit het haar komt.

Een stug volgehouden kamprocedure levert meestal na enkele dagen al geen verse luizen meer op. Houd het voor de zekerheid langer vol om achtergebleven neten meteen te onderscheppen als ze uitkomen. Pas als alle gezinsleden meer dan een week luizen- en netenvrij zijn, kun je ervan uitgaan dat je het ongedierte helemaal onder de knie hebt.

Wondermiddelen?

Heeft het zin een anti-luizenmiddel te gebruiken? Het is niet prettig om gif in je haar te smeren en bovendien worden luizen steeds beter bestand tegen alle, vaak peperdure bestrijdingsmiddelen die de industrie bedenkt.

Gelukkig lijkt er nu een goed alternatief te zijn gevonden: middelen met dimeticon. Dat is een niet-giftige silicoonachtige stof die de luizen verstikt. Dimeticon zit onder meer in lotions van Prioderm en Nyda. Die zijn ook duur, maar ze zijn niet giftig en ze helpen gegarandeerd. Bovendien wordt geen resistentie ontwikkeld.

Wat gebeurt er op school?

Vooropgesteld: de ouders zijn er verantwoordelijk voor het haar van hun kinderen goed te verzorgen en regelmatig te controleren op de aanwezigheid van luizen en neten. Maar de oudercommissie en de schoolleiding helpen graag mee om ervoor te zorgen dat de besmettingskansen op school worden verkleind. Daarvoor wordt de volgende procedure gehanteerd.

  1. In elke klas zijn ten minste twee ouders beschikbaar voor het verrichten van periodieke luizencontroles.
  2. In de eerste week na elke schoolvakantie en in de eerste week van elke maand worden alle kinderen gecontroleerd.
  3. Als bij een kind luizen worden aangetroffen, belt de leerkracht de ouders.
  4. De ouders halen het kind op en brengen het pas weer terug als alle luizen zijn verwijderd. Zo wordt voorkomen dat die dag andere kinderen worden besmet.
  5. Ook als bij een kind alleen neten worden aangetroffen, belt de leerkracht de ouders. Het kind hoeft dan niet te worden opgehaald, maar moet wel ten minste een week door de ouders worden gecontroleerd en zo nodig behandeld.
  6. De ouders worden geacht de boven beschreven kamprocedure ten minste een week te volgen. Dat betekent dus:
    1. dagelijks het haar van het kind controleren en grondig kammen met een luizenkam,
    2. desgewenst een bestrijdingsmiddel gebruiken, bij voorkeur met dimeticon als werkzame stof,
    3. eventuele broertjes en zusjes en ook zichzelf controleren op de aanwezigheid van luizen en neten.
  7. Als in een klas luizen of neten zijn aangetroffen, wordt in de volgende week opnieuw een controle gehouden.

Het succes van dit beleid staat of valt met de bereidheid van ouders om mee te werken. Aan de controleteams zal het niet liggen: elk jaar weer zijn er in elke klas mensen die alle kinderen ten minste tien keer per jaar controleren. Maar het eigenlijke werk moet toch echt thuis gebeuren.

Meer informatie is te vinden op de site van het RIVM.